Sportmassage houdt de sporter en niet-sporter gezond en blessurevrij.

Sportmassage is massage voor sporters en niet sporters. Het bevordert het herstel, voorkomt sportblessures en het draagt bij tot een meer effectieve training en een betere sportprestatie.

Kerntaken geven aan wat de essentie van een beroep is.

De essentie van het beroep sportmasseur is dat hij maatregelen neemt ter verbetering van de conditie van de cliënt en ter voorkoming van blessures of verergering of recidivering van blessures van cliënten. De maatregelen die hij hiervoor neemt zijn beschreven in de volgende zes kerntaken:
1. Onderzoeken bewegingsapparaat en opstellen behandelplan
2. Masseren van cliënten
3. Tapen en bandageren van cliënten
4. Voorlichting en advies geven aan cliënten of groepen
5. Zorg verlenen aan cliënten bij acuut sportletsel
6. Registreren en gegevens vastleggen van cliënten

Het doel waarvoor de sportmasseur zijn werkzaamheden uitvoert, kan telkens verschillen.
Sommige kerntaken zijn vooral gericht op preventie andere op herstelbevordering. Zo is bijvoorbeeld Kerntaak 2, masseert cliënten, gericht op zowel preventie als herstelbevordering. Kerntaak 3, tapet en bandageert cliënten, past de sportmasseur alleen toe als dit een preventief doel heeft.

Kerntaak 1 Onderzoeken bewegingsapparaat en opstellen behandelplan

De sportmasseur voert een beroepsspecifiek onderzoek uit om na te gaan of het bewegingsapparaat van de cliënt functioneert zoals het hoort te functioneren. Het beroepsspecifiek onderzoek bestaat uit het afnemen van een anamnese, inspectie en een functieonderzoek.

Opstellen stappenplan
Op basis van de verkregen gegevens uit het beroepsspecifiek onderzoek bepaalt de sportmasseur of de hij de cliënt wel of niet mag bijstaan. Als dit wel het geval is dan stelt hij een stappenplan op. In het stappenplan bepaalt hij samen met de cliënt de match tussen de mate waarin de cliënt belast is (door de sport/het bewegen) en de belastbaarheid van de cliënt (de hoeveelheid en intensiteit van de beweging die de cliënt aankan). Op basis hiervan bepaalt hij hoe hij verder gaat met de cliënt. De betrokkenheid van de cliënt bij het opstellen van het stappenplan is van grote betekenis. In veel gevallen hangt het effect van de inbreng van de sportmasseur af van de motivatie en bijdrage van de cliënt. De sportmasseur kiest of hij gaat masseren, tapen en bandageren en/of advies geeft.

Kerntaak 2 Masseren van cliënten

In het stappenplan heeft de sportmasseur gekozen voor een stimulerende of een sederende massage. De sportmasseur begint de massage met uit te leggen wat het doel er van is en hij stelt (indien nodig) de cliënt op zijn gemak. In het stappenplan heeft hij bepaald wat hij gaat doen bij de cliënt en hoe hij gaat masseren. Hij past specifieke handgrepen toe. De sportmasseur bouwt zijn massage op, masseert voldoende en zorgt ook voor een goede afbouw. Hij evalueert of de massage effect heeft en past zonodig zijn stappenplan aan.

Kerntaak 3 Tapen en bandageren van cliënten

In het stappenplan heeft de sportmasseur gekozen voor een ontlastende, steunende of bewegingsuitslagremmende tape of bandage ter preventie van blessures of verergering van blessures. Hij legt de tape of bandage aan. Als de sportmasseur merkt dat de tape of bandage een verkeerd effect heeft op de cliënt past hij de constructie aan. Bij een blessure of andere sterke afwijkingen van het bewegingsapparaat adviseert de sportmasseur de cliënt om naar een arts te gaan die hem door kan verwijzen naar de fysiotherapeut.

Kerntaak 4 Voorlichting en advies geven aan cliënten of groepen

De sportmasseur geeft voorlichting en adviseert de cliënt (bijvoorbeeld op het gebied van de warming-up en cooling-down, rek- en strekoefeningen schoeisel, voeding, kleding, belasting en belastbaarheid, herstelbevorderende maatregelen en overige preventieve maatregelen). Hij geeft individueel advies of hij geeft voorlichting aan groepen. Hij bepaalt de inhoud en het doel van de voorlichting in relatie tot de cliënt of de groep waaraan hij voorlichting geeft. Ook bepaalt hij welke methoden, technieken en materialen hij gebruikt bij de voorlichting.

Kerntaak 5 Zorg verlenen aan cliënten bij acuut sportletsel

De sportmasseur onderzoekt de cliënt (snel) om na te gaan wat het letsel is en wat de plaats van het letsel is. Hij bepaalt (snel) wat hij wel en wat hij niet kan doen en of de persoon naar een huisarts of afdeling spoedeisende hulp van een ziekenhuis moet. Hij vertelt eventueel aan omstanders wie zij moeten waarschuwen. Hij past EHBSOtechnieken toe en indien nodig verricht hij levensreddende handelingen. Hij geeft advies of de cliënt verder kan sporten. De sportmasseur evalueert zijn handelen bij acute letsels door na te gaan bij de cliënt hoe het staat met de blessure. Bij twijfel over zijn handelen raadpleegt hij de arts of medewerker spoedeisende hulp die de cliënt behandeld heeft.Hij evalueert de resultaten van de gegeven voorlichting.

Kerntaak 6 Registreert en legt gegevens van cliënten vast

Bij het doen van het beroepsspecifiek onderzoek, het opzetten van het stappenplan, tijdens de behandeling of door evaluatie verkrijgt de sportmasseur allerlei gegevens van cliënt. De sportmasseur houdt dossiers bij waarin hij de gegevens vermeldt die belangrijk zijn voor de behandeling van de cliënt. Hij legt aan de cliënt uit dat hij een dossier bijhoudt en met welke reden. Bij nieuwe inzichten past hij oude gegevens aan zodat het dossier up-to-date blijft.